|
VRUCHTBAARHEID BIJ
KATER EN POES
De vruchtbaarheid bij
katten wordt gekenmerkt door een enorme variatie. Dit wordt veroorzaakt
door raseigenschappen (ras<->niet-ras;
korthaar<->langhaar) en levenswijze
(binnenkat<->buitenkat).
DE POES.
De puberteit, dus het opstarten van de vruchtbare
levensfase, laat al meteen een enorme variatie zien: Niet-raskatten worden
voor het eerst krols tussen 6 en 12 maanden. Kortharige raskatten
(Siamees, Burmees,Abessijn) kunnen al vanaf 3 maanden (!) krols worden,
terwijl de langharige (Perzen) ergens tussen 1 en 2 jaar oud ontluiken.
Bij fokplannen met Perzen dus niet te vlug wanhopen.
Het ontstaan van krolsheid wordt vooral gestuurd door de
daglichtlengte. Meestal zie je 2 krolsheidsperiodes, voorjaar en najaar,
in ieder geval ergens tussen januari en september. Katten die overwegend
binnen leven, dus met name ook de raskatten, kunnen het hele jaar door
krolsheidsperiodes hebben.
Ook de uitingen van krolsheid zijn wisselend: De niet-raskatten laten
zolang ze niet gedekt zijn om de 2-3 weken krolsheid zien gedurende 4-10
dagen. Bij Perzen zie je vaak nauwelijks krolsheidsverschijnselen, terwijl
de Oosterse korthaarrassen continu de zaak op stelten zetten.
Bij "1-kathuishoudens" met een binnenkat kan door gebrek aan
contact met andere katten de krolsheid wegblijven. Om te kunnen fokken is
dan vaak contact met andere (krolse) katten nodig, of indirect
katercontact.
Tijdens de krolsheid zijn de poezen erg onrustig, jammeren veel en
gedragen zich echt "hoerig". Als je de hand op de rug legt
zakken ze door hun poten, steken het achterwerk en de staart omhoog, a.h.w.
om de kater toe te laten.
Let op: Poezen kunnen 1 week na het jongen al weer
vruchtbaar zijn. Als u dus geen nesten meer wilt, begin dan tijdig met de
pil of laat de poes tijdens de zoogperiode steriliseren.
eicel
De eisprong bij
poezen komt tot stand door de dekking. Iedere keer dat de poes door een
kater gedekt wordt komen er eitjes vrij. Zo kan het bij
"buitenpoezen" gebeuren dat in 1 nest kittens van meerdere
vaders zitten!
Een succesvolle dekking is te herkennen aan een typisch gedragspatroon: De
kater beklimt de poes en houdt haar vast in de nek. De echte dekking duurt
maar kort en gaat met een hoop herrie gepaard. Vervolgens springt de kater
aan de kant, krijgt eventueel nog een mep na en dan begint de poes hoerig
over de grond te rollen. Als je dit gedrag niet ziet na een dekking, is
hij meestal niet succesvol geweest. Voor een succesvolle bevruchting
moeten dekkingen vrij kort na elkaar plaatsvinden; b.v. 1x per dag de
kater toelaten is dus vaak te weinig.
Soms kan het echter gebeuren dat domweg door veel te aaien over de
rug of steriele dekkingen door gecastreerde katers of andere poezen uit de
omgeving eisprongen optreden. Deze worden dan niet bevrucht en leiden tot
schijndracht: De poes wordt niet meer krols, de speentjes zetten op en ze
worden wat voller in de buik.

De dracht duurt 58
tot 65 dagen, dus ongeveer 9 weken. Denk eraan om te beginnen met aftellen
vanaf de laatste dekkingen. De gemiddelde huiskat heeft nesten van 3-5
kittens, 2 keer per jaar. Bij Perzen blijft het meestal beperkt tot 1 nest
per jaar met 1-2 kittens en de Oosterse kortharen spannen de kroon met tot
3 nesten per jaar, gemiddeld met 5 kittens.
Drachtdiagnose kan vanaf 23d. gebeuren met echo of palpatie. Met echo is
geen worpgrootte te voorspellen!
Het geboorteproces kent ook weer veel variatie. De poes zoekt
meestal op eigenzinnige wijze een plaats uit om te jongen, gezellig op bed
b.v., terwijl u zo'n mooi nest gemaakt had. De meeste geboortes verlopen
zonder problemen, ze begint flink te persen, likt aan haar
geslachtsopening en werkt de kitten naar buiten. Tussen 2 kittens zit
meestal < 1 uur tijd en de totale geboorte duurt zo'n 6 uur. Sommige
poezen nemen tussendoor een lange pauze en werpen een gezond nest over
twee dagen gespreid.
U moet echt aan ingrijpen denken als: De poes zich ziekjes
gedraagt, er vaginale uitvloei is zonder aktie, de poes hevig perst zonder
effect, of b.v. met veel moeite 1 of 2 kittens heeft gebracht en de buik
bevat nog meer kittens.
Na het werpen trekt de lege baarmoeder zo heftig samen, dat het, zelfs
voor ervaren mensen, kan lijken dat er nog kittens aanwezig zijn. Bij
twijfel kan een Röntgenfoto uitkomst bieden.

Geboortecontrole:
* Ongewenste dekking: Kies voor sterilisatie.
* Anti-krolsheid: Vanaf 4-5 maanden oud de poezenpil geven. Deze
blijven geven of vanaf 6 maanden oud sterilisatie overwegen. Langdurig
pilgebruik kan in zeldzame gevallen tot suikerziekte leiden. De prikpil
zoals bij teven gebruikt is bij katten onvoldoende betrouwbaar.
DE KATER.
De geslachtsrijpheid komt
gemiddeld opzetten tussen 6 en 12 maanden, maar kan bij Perzen uitlopen
naar 2 jaar (!).
Ze beginnen urine te sproeien, krijgen meer de neiging tot krabben en
bijten en willen gaan zwerven.
zaadcellen
CASTRATIE:
Er lijkt een verband te bestaan tussen jong castreren en
blaasgruisproblemen/urinewegverstopping op latere leeftijd. Streef
voor de zekerheid naar zo laat mogelijk castreren, maar in ieder
geval meteen als het sproeigedrag de kop opsteekt!
Een kater die al gewend is om te sproeien of te dekken
zal nooit meer 100% het gedrag kwijtraken na castratie.
Voor dekkaters kan tijdelijk de poezenpil gebruikt
worden om sproeien tegen te gaan. Dit leidt tot een meestal omkeerbare
verminderde vruchtbaarheid. Verder kan de kater melkklierontwikkeling
krijgen en is bij langdurig gebruik het risico van suikerziekte
aanwezig.
Gecastreerde katers kunnen geïnteresseerd blijven in krolse poezen en
zelfs pogingen tot dekking doen. Ook het katerse sproeigedrag kan weer
opleven, ook in rangorde- en territoriumconflicten!
Bij hardnekkig sproeigedrag kan het kattenferomoon Feliway® soms
helpen het gedrag te sturen.
Reinigingsmiddelen met chloor zullen sproeigedrag eerder
verergeren!
Terug
naar begin pagina
|