DIERENARTSENPRAKTIJK BLADEL-HAPERT
7 dagen in de
week 24 uur per dag tot uw dienst
|
1. SOORTEN Er worden 2 hoofdgroepen uierontsteking beschreven: Zijn er
afwijkingen aan de melk zichtbaar, dan noemen we het klinisch; is
de melk normaal maar is er wel een te hoog celgetal dan noemen we het subklinisch. · Klinisch acuut: Melk ziet eruit als water, soms met vlokjes, koorts, uier rood en gezwollen, koe meestal ernstig ziek. Kan dodelijk aflopen!· Klinisch: De melk ziet er meestal nog uit als melk, maar er zitten vlokken in. Koe meestal niet ziek.· Subklinisch: De melk ziet er volstrekt normaal uit. Er is alleen sprake van een verhoogd celgetal (>200.000/ml, vaarzen >150.000).De verwekkers kunnen in principe alle 3 de soorten uierontsteking veroorzaken. Bij veel problemen is het handig om bacteriologisch melkonderzoek te doen om zo gericht mogelijk het probleem aan te pakken. De schade door uierontsteking is hoog t.g.v. melkverlies, medicijngebruik, vervroegde afvoer van koeien, maar uierontstekingkoeien worden ook moeilijker drachtig. 2. OORZAKEN Naast wat zeldzamere oorzaken als virussen, mykoplasma en gisten/schimmels zijn de belangrijkste oorzaken 3 groepen van bacteriën, met elk zijn specifieke onhebbelijkheden en plan van aanpak. (Bij punt 3 krijgen enkele speciale vormen nog wat aandacht!)
Om tot een ziekteprobleem uit te kunnen groeien zijn er vaak ongunstige omstandigheden nodig voor de koe ( en die zijn gunstig voor de bacterie): · Slecht stalklimaat, met name tocht en hoge luchtvochtigheid. Kijk naar nok en luchtinlaat. (Stal eens uit laten roken).· Slechte melktechniek of slecht ingestelde melkmachine. Laat bij problemen altijd een droge èn een natte meting doen en vervang regelmatig de versleten onderdelen. Altijd voorstralen om tijdig vlokjes te ontdekken.Airwash-systemen: Spoelsystemen met koud water werken onvoldoende: Om zinvol melkklauwen te spoelen is gloeiend heet water nodig! Onlangs is een systeem op de markt gekomen met heet water. · Slechte hygiëne bij het melken: Zorg voor geschoren uiers, behandel droog voor. 1 uierdoek per max. 4 koeien. Is de doek gebruikt bij een uierontstekingpatiënt gebruik hem dan niet bij de volgende koeien. Dip de spenen na het melken met een dip die naast een ontsmettingsmiddel (jodium) ook voldoende huidverzorgers bevat (glycerine, lanoline). Na het dippen de koeien nog een uurtje vast laten staan: Het slotgat (barrièrefunctie) sluit zich weer goed en de dip blijft beter zitten. Vooral bij Staphylokokkenproblemen is een gezonde speen met intact slotgat belangrijk bij de preventie.Verderop in de tekst krijgen de dipvloeistoffen nadere aandacht. · Slechte toestand van de spenen: Te droog, beschadigd slotgat. Goede dip met huidverzorgers helpt dit voorkomen. Bij schraal weer zo nodig spenenzalf aanbrengen en wees voorzichtig met kalk strooien op de ligplaatsen: Ook gebluste kalk kan nog een erg hoge pH geven.Taai of los in de melk zijn zijn sterk erfelijke eigenschappen: Hier kan dus op geselecteerd worden. Hetzelfde geldt voor een goed ophangingsysteem dat moet voorkomen dat uiers gaan doorzakken. · Slechte hygiëne in de stal: Maak de ligplaatsen dagelijks goed schoon van mest en melkresten. Evt. dikke laag strooisel: Let op met hardhoutstrooisel; dit is wel lekker goedkoop, maar de harde stukjes erin beschadigen het uier en geven met name Coli een kans.Ongeveer de helft van de besmettingen met Coli, maar ook van andere
ziekteverwekkers vindt plaats tijdens de droogstand! Bij
Coli-problemen is dus het gebruik van een barrièredip tijdens de
droogstand in combinatie met een goede hygiene van de huisvesting van de
droge koeien zeer belangrijk. · Subklinische bacteriedragers: Dit zijn hoogcelgetalkoeien met normale melk die stiekem via de melkmachine of de handen van de melker gezonde koeien besmetten. Koeien die al lange tijd een hoog celgetal hebben en niet gereageerd hebben op de behandeling kun je beter opruimen, want ze herstellen toch niet meer en ze maken de problemen geleidelijk alleen maar erger. Het afvoeren van deze probleemkoeien is een zeer belangrijk onderdeel bij de bestrijding van Staphylokokken!Een bijkomende mogelijkheid, maar niet altijd praktisch uitvoerbaar,
is het maken van 2 groepen: Een Hoogcelgetalgroep en een
Laagcelgetalgroep. De lage groep eerst melken, zodat de overdracht van
bacteriën tijdens het melkproces niet kan plaatsvinden. Airwash-systemen : Om zinvol melkklauwen te spoelen is
gloeiend heet water nodig! Gebruik hiervoor bv een emmer water met een
dompelaar. · Voedingsfouten: Seleniumgebrek (maar van ook koper, zink en vit.E) in de droogstand verhoogt de kans op Coli en opblijven van de nageboorte en de kans op witvuilen. Te hoog voerniveau aan het eind van de droogstand veroorzaakt het vol schieten van het uier terwijl nog niet gemolken wordt: Een buitenkans voor Coli.Slechte rantsoenovergang van droogstand naar lactatie kan een negatieve energiebalans veroorzaken die tevens weerstandsverlagend is! Weliswaar lijdt vooral het opzuiveren van de baarmoeder daaronder, maar ook andere orgaansystemen kunnen een tik mee krijgen. 3. AANPAK/BEHANDELING. Op celgetalprobleembedrijven is de aanpak tweeërlei: Door hygiënemaatregelen nieuwe infecties voorkomen en door gerichte behandeling proberen koeien te genezen .Het nemen van melkmonsters voor
bacteriologisch onderzoek is erg belangrijk om een beeld te krijgen van
de ziekteverwekkers op uw bedrijf (zie verderop): Hiermee kunnen
nadrukken bepaald worden in het plan van aanpak. De resultaten van een behandeling zijn slecht tot redelijk, dus stop veel energie in het voorkomen van problemen (zie 2). Verder zal een koe die uierontsteking heeft aan meer kwartieren en/of voor langere tijd zelden volledig herstellen. Staphylokokkenkoeien hoef je niet tijdens de lactatie te behandelen: De successcore is slechts 20-30%. Hier is een behandeling met droogzetters, voorafgegaan door 2-3d. voor het droogzetten antibiotica in de nek (erythromycine, evt. penethamaat) het meest effectief: Toch nog slechts 60%! Dus eerder overwegen om vervroegd droog te zetten! Acute uierontsteking altijd behandelen in het uier en in het dier: Inspuiten met antibiotica en ontstekingsremmers tegen de zwelling en de gifstoffen die de koe (dodelijk) ziek maken. Verder zovaak mogelijk de ziekmakende melk uitmelken. Lichte klinische uierontsteking kan vaak al succesvol behandeld worden met frekwent uitmelken of met enkele dagen een injectorenbehandeling. Bij ergere klinische uierontsteking en bij behandeling van subklinische uierontsteking tijdens de lactatie altijd injectoren combineren met antibiotica in de nek. Een behandeling tijdens de lactatie moet voldoende lang zijn: Reken op 5 dagen! Na een te korte behandeling keren de problemen vaak terug. Na een heftige uierontsteking kan het kwartier nog lang te hard aan blijven voelen: Dagelijks insmeren met een trekzalf versnelt het helingsproces. Bij bepaalde soorten Staphylokokken en Coli sterft het kwartier af (en vaak gaat de koe dood). Het kwartier wordt blauw ("blauw uier"). Behandeling is zinloos: Snel afvoeren. Langdurige behandeling met injectoren op niet hygiënische wijze kan leiden tot een gist-uierontsteking. Ook deze is nagenoeg onbehandelbaar. Bepaalde virusziekten, b.v. Herpesvirus, geven beschadiging van de speenhuid met uierontsteking tot gevolg. Wrang is een speciale vorm van uierontsteking door een Corynebacterium. Deze dringt het uier binnen via wondjes (vliegen, melkzuigers, andere huidbeschadigingen). Het kwartier veretterd volledig. De enige behandeling is de speen in de lengte open laten snijden (door dierenarts!!!) zodat de etter eruit kan en tenminste de koe het overleeft. Berucht bij drachtige vaarzen. Preventie het belangrijkst!: Goede vliegenbestrijding op het dier en isoleren van melkzuigers. 4. DE INJECTOREN. Hoewel de uitkomsten nogal eens teleurstellend zijn, is een bacteriologisch melkonderzoek onmisbaar voor een goede bestrijding van uierontsteking: Als een bepaalde bacterie er steeds als oorzaak bovenuit steekt en je kent zijn gevoeligheid voor antibiotica, dan kun je des te gerichter een preventief en curatief behandelplan maken!!! Droogzetters zijn in principe om bestaande (subklinische)
uierinfecties te behandelen. Droogzetters beschermen nagenoeg niet tegen
nieuwe infecties!!! I.v.m. een wijziging in de Diergeneesmiddelenwet is onze tabel met productinformatie van de website verwijderd. Jammer. 5. DIPVLOEISTOFFEN. Dippen of sprayen heeft allebei zijn voors en tegens; belangrijk is in ieder geval dat de speentop rondom goed geraakt wordt en dat na het dippen de koe een uurtje aan het voerhek vast blijft staan voor een goede werking. Er zijn zo’n 60 dipvloeistoffen op de markt, met vaak grote kwaliteitsverschillen. De betere dips hebben een diergeneesmiddelregistratie. Er zijn 2 hoofdgroepen te onderscheiden: CONTACTMIDDELEN en BARRIEREMIDDELEN. Contactmiddelen zijn bedoeld voor de "gewone" bedrijven en bedrijven met een hoog tankcelgetal. Naast een desinfactans (meestal jodium) moet het ook huidverzorgende middelen bevatten voor een goede speenkwaliteit. Meestal wordt hiervoor glycerine gebruikt. Streef naar 5-8%. Bij problemen met schrale spenen een dip met 10-12% glycerine gebruiken. Barrieremiddelen vormen na opdrogen een laagje over de speentop waardoor bacteriën nog moeilijker de speen kunnen binnendringen: Deze zijn aangewezen op laag tankcelgetalbedrijven met veel problemen met acute (Coli) uierontsteking.
Bij koeien met een hoog celgetal is het zinvol om monsters voor
bacteriologisch onderzoek te nemen: Zo krijg je een beeld van welke
ziekteverwekkers voorkomen op het bedrijf en met welke antibiotica ze
het best te bestrijden zijn. Bovendien vragen bep.
ziekteverwekkers nog een bijkomende speciale aanpak. Neem een monster voor het melken uit het zieke kwartier of anders van elk kwartier. Eerst flink wat stralen melk eruit trekken, speentop ontsmetten met ontsmettingsdoekje of watje met spiritus en dan een melkmonsterbuisje ¾ vol melken. Datum, koenummer en kwartier op buisje zetten. Melkmonsters kunnen in de diepvries verzameld worden en b.v. maandelijks met een bedrijfsbezoek aan ons meegegeven worden. Het mag duidelijk zijn dat het onderzoek de betreffende koe niet meer kan helpen; het is meer om de langere termijnstrategie voor het bedrijf te kunnen evalueren. |