|
ANTIBIOTICUMRESISTENTIE
BIJ BACTERIËN.
Strikt genomen wordt er bij
antibiotica een onderscheid gemaakt tussen 2 hoofdgroepen:
De chemotherapeutica: Dit zijn stoffen door mensen in laboratoria
gemaakt. De meest bekende groep zijn de sulfa's, die o.a. in Duoprim en
Dofatrim zitten.
De "echte" antibiotica zijn stoffen die in principe door
schimmels gemaakt worden. Om een antibioticum te verbeteren wordt er soms
nog wat aan gesleuteld. Zo is uit penicilline ampicilline gemaakt, dat een
bredere werking heeft.
Het volgende verhaal gaat op voor beide groepen.
In de natuur zijn schimmels en bacteriën concurrenten van elkaar: Ze
leven vaak op dezelfde voedingsbodem. Om zelf goed te kunnen groeien ten
koste van de bacteriën, vormen schimmels gifstoffen (toxines) die
de bacteriën in hun ontwikkeling belemmeren of zelfs doden.
Begin vorige eeuw ontdekte de onderzoeker Fleming in zijn laboratorium hoe
schimmels bacteriegroei belemmerden. Dit was het begin van een nieuw
tijdperk in de geneeskunde, nl. de behandeling van infectieziekten met
antibiotica.

De natuur zou nu de natuur niet zijn als de bacteriën daar niet iets op
gevonden hadden: Ongevoeligheid oftewel resistentie.
Een bacterie kan van nature ongevoelig zijn voor een antibioticum.
Zo heeft penicilline geen effect op b.v de Salmonella, terwijl een
Streptokok direct het loodje legt.
Bacteriën kunnen hun ongevoeligheid ook verkrijgen: Als een
antibioticum vaak en/of aan een te lage dosering en/of te kort
gebruikt wordt kunnen er in een groep bacteriën soorten ontstaan die door
een mutatie ongevoelig geworden zijn, a.h.w. door gewenning. De bacteriën
die gevoelig bleven voor het antibioticum raken in het nadeel, terwijl hun
ongevoelige soortgenoten, de mutanten, zich onbeperkt vermeerderen. Door
dit proces van natuurlijke selectie blijft uiteindelijk de resistente
bacteriesoort over.
Het mag duidelijk zijn dat dit een beroerde situatie is, zeker als het de
bacterie lukt om voor steeds meer antibiotica resistent te worden. Een
berucht voorbeeld is de M.R.S.A., de "ziekenhuisbacterie", die
praktisch nergens meer gevoelig voor is.
En het kan nog sterker; met name de bacteriën die in de darm leven hebben
die mogelijkheid: Zij kunnen pakketjes DNA aanmaken waar de informatie op
staat hoe je resistent kunt worden. Deze pakketjes DNA kunnen ze ook
uitdelen aan bacteriën die niet verwant zijn: Op deze manier spreidt de
resistentie vele malen sneller, nl. naar de eigen nakomelingen en
naar toevallige passanten. Zo kan de E.coli snel ongevoeligheid doorgeven
aan de Salmonella.
De meeste antibiotica zijn in principe ook giftig voor mens en dier. Bij
de voorgeschreven dosering echter is van dat risico geen sprake meer.
Gevolg van deze lagere dosering is dat de bacteriën niet meteen het
loodje leggen. Verder heb je ook soorten antibiotica die bacteriën niet
doden, maar enkel versuffen, zodat het afweersysteem van de patiënt ze
kan liquideren. Om de bacteriën te kunnen uitschakelen moet je dus
een voldoende lange kuur volgen. Het is heel belangrijk om een kuur goed
af te maken: Om de huidige ziekte te bestrijden, maar ook om op langere
termijn de kans op resistentie te verkleinen. Het gebrek aan deze "therapie-trouw"
bij mensen is een belangrijke oorzaak van resistentieproblemen !
Op dit moment is een nieuwe generatie antibiotica op aan het komen. Ze
zijn verwant aan Baytril. Deze antibiotica zijn zo veilig voor mens en
dier dat ze in een hele hoge dosis toegediend kunnen worden. In 1 of 2
behandelingen zijn alle schadelijke bacteriën gedood. Doordat de kuur zo
kort en hevig is, is het risico voor resistentie-ontwikkeling reuze klein.
We gaan hier ongetwijfeld meer van horen.
In de diergeneeskunde zijn
er ook risico's voor resistentie-ontwikkeling. Onvoldoende lang kuren is
ook daar een risico.
Het eindeloos lang door gaan met (lagere) preventieve doseringen is
eveneens onverstandig. In de moderne veehouderij kun je niet om
antibiotica heen, maar probeert men door een goede bedrijfsvoering en
vaccinaties in ieder geval tot een wijs en beperkt gebruik te komen.
Bij consumptiedieren zou een consument door het eten van vlees antibiotica
binnen kunnen krijgen in hele lage doseringen. De regelgeving zorgt ervoor
dat dat niet kan: De veehouder moet zich aan wachttijden houden: Voor de
slacht of het melken mag een dier zekere tijd niet behandeld worden, zodat
het dier zich vrij kan maken van de antibiotica. Bovendien wordt er op
gecontroleerd in het slachthuis en de melkfabriek.
Een ander typisch diergeneeskundig probleem zijn de groeibevorderaars in
diervoeders: Dit zijn antibiotica aan voer toegevoegd, die de
darmbacteriën zo beïnvloeden dat de spijsvertering beter verloopt. Een
dier groeit zo beter en gebruikt z'n voer efficiënter: Dit is goed
voor de financiën en het milieu. De meeste groeibevorderaars worden laag
gedoseerd en zijn bovendien vaak verwant aan soorten antibiotica die bij
mensen alleen in uiterste nood gebruikt worden.
Resistentie-ontwikkeling tegen deze antibiotica is dan ook erg ongewenst.
Om deze reden worden binnenkort alle groeibevorderaars verboden. We zullen
dan bepaalde ziektes, zoals PIA, weer wat vaker tegenkomen en er zal dus
weer meer behandeld moeten worden. De behandeling zal echter gebeuren met
antibiotica uit de veilige hoek en in de hogere behandelende dosering.
Door het omgaan met vlees en andere dierlijke producten kan een mens zich
besmetten met bacteriën uit die producten en mogelijk ook resistente
soorten.
Hoe groot die risico's werkelijk zijn is nog in onderzoek: Op dit moment
spreken de onderzoeken naar de rol van diergeneeskunde in de
resistentieproblemen bij de mens elkaar nogal eens tegen. Het krijgt
de volledige aandacht van wetenschap en overheid en er wordt op zeker
gespeeld: Voedselveiligheid is immers "hot".
Voor de zekerheid is een
goede hygiëne bij de voedselbereiding en voldoende verhitten altijd
nuttig en mogelijk niet alleen van belang voor het voorkomen van voedselvergiftiging.
Voor de langere termijn
moet iedereen verstandig met antibiotica omgaan, zowel voor eigen gebruik
als bij gebruik van onze huisdieren. De veehouder van nu neemt zijn
verantwoordelijkheid serieus op en beperkt het antibioticumgebruik op z'n
bedrijf zoveel mogelijk en houdt lange wachttijden aan.
Terug
naar begin pagina |